Château de Chantilly, gekozen tot ‘favoriete monument van Frankrijk’ in 2025, start crowdfundingcampagne voor dringende renovaties. De vraag rijst: waarom kan een toeristische trekpleister met meer dan 650.000 bezoekers per jaar dit niet zelf betalen?
Soms zijn de gebouwen die grote kunstwerken huisvesten net zo mooi als de kunst zelf. Dat geldt zeker voor Château de Chantilly, een veertiende-eeuws kasteel (herbouwd in de negentiende eeuw na schade tijdens de Franse Revolutie) genesteld in Oise, een departement net ten noorden van Parijs.
Het kasteel herbergt het Musée Condé, dat zich kan beroemen op de op een na grootste kunstcollectie van Frankrijk na het Louvre. De verzameling omvat werken van Rafaël, Poussin en Fra Angelico, aangevuld met een leeszaal vol antieke boeken en middeleeuwse manuscripten. Het is dan ook weinig verrassend dat deze plek in 2025 werd uitgeroepen tot ‘favoriete monument van Frankrijk’ via een peiling van France TV.
Maar net als het Louvre heeft het kasteel dringend onderhoud nodig – en de financiering daarvan moet volgens de beheerders komen uit ‘publieke vrijgevigheid’. Een opmerkelijke keuze die vragen oproept over verantwoordelijkheid en prioriteiten.
Van privefinanciering naar publieke bedelronde
De afgelopen zes jaar, sinds wijlen de Aga Khan in 2020 stopte met financieren, werden restauraties betaald door de Vrienden van het Condé Museum en de Vrienden van het Domaine de Chantilly. Vorig jaar genereerden de 658.000 bezoekers een omzet van 12,7 miljoen euro – een aanzienlijk bedrag voor een culturele instelling.
Toch kondigde een recent persbericht plannen aan voor een ‘grote fondsenwervingscampagne’ om de ‘dringende behoeften’ van het domein te financieren. De manuscriptenkamer heeft upgrades nodig aan de airconditioning en het elektrische systeem, stabilisatie van de vloer en restauratie van het leer op de boekenplanken.
Volgens The Independent is 68 miljoen euro nodig in het komende decennium om de monumentale gebouwen van het kasteel te restaureren en de ‘langetermijnbescherming’ te waarborgen. De Times specificeert verder: 22,9 miljoen euro gaat naar het kasteel zelf, 11,5 miljoen is nodig voor het aangrenzende Château d’Enghien, de renovatie van de leeszaal vereist ongeveer 4 miljoen euro, en 33 miljoen is nodig voor ‘structurele noodgevallen’.
Vragen bij de financieringsstrategie
Dat is een flink bedrag, zonder meer. Maar de keuze om dit via crowdfunding bij het publiek op te halen roept fundamentele vragen op. Een monument dat jaarlijks bijna 13 miljoen euro omzet genereert en dat de op een na grootste kunstcollectie van Frankrijk huisvest – waarom kan dat zijn eigen onderhoud niet bekostigen?
Een deel van het antwoord ligt waarschijnlijk in de eigendomsstructuur en het juridische statuut van het kasteel. Anders dan veel andere Franse monumenten is Château de Chantilly geen staatseigendom, maar behoort het toe aan het Institut de France. Dat betekent dat het geen toegang heeft tot reguliere overheidssubsidies voor monumentenzorg.
Toch blijft het wrang. Bezoekers betalen al entreegeld – waarom zou dat niet voldoende zijn om het voortbestaan van het monument te garanderen? Of zijn de toegangsprijzen te laag? Wordt er te weinig geïnvesteerd in nevenactiviteiten zoals een museumshop, horeca of evenementen die extra inkomsten genereren?
Structurele noodgevallen of uitgesteld onderhoud?
Opvallend is ook de term ‘structurele noodgevallen’, waarvoor maar liefst 33 miljoen euro – bijna de helft van het totale budget – nodig is. Dat suggereert dat er sprake is van achterstallig onderhoud dat nu urgent geworden is.
De vraag is of dit daadwerkelijk onvermijdelijk was, of dat hier sprake is van slechte planning. Monumentenbeheer vereist systematisch preventief onderhoud. Als dat jarenlang wordt uitgesteld omdat de financiering ontbreekt, ontstaan juist dit soort noodsituaties waarbij de kosten exponentieel stijgen.
Het feit dat de Aga Khan in 2020 stopte met financieren – midden in de coronapandemie, een periode waarin toeristische inkomsten wereldwijd instortten – heeft de situatie waarschijnlijk verergerd. Maar een robuuste organisatie zou daar op moeten anticiperen met reserveringen en lange-termijnplanning.
Favoriete monument, maar geen prioriteit?
De erkenning als ‘favoriete monument van Frankrijk’ in 2025 is eervol, maar ook enigszins paradoxaal. Als de Franse bevolking dit kasteel zo waardeert, waarom krijgt het dan niet de structurele steun die het verdient?
Cultureel erfgoed wordt in Frankrijk doorgaans hoog gewaardeerd en goed beschermd. Château de Chantilly lijkt hier tussen wal en schip te vallen: té belangrijk om te laten vervallen, maar niet belangrijk genoeg voor structurele overheidssteun. Het resultaat is een afhankelijkheid van particuliere giften en crowdfunding – een wankele basis voor een monument van nationale betekenis.
Wat betekent dit voor bezoekers?
Voor wie Château de Chantilly op de planning heeft staan voor een dagtrip vanuit Parijs: het kasteel blijft gewoon open en toegankelijk. De renovaties zullen gefaseerd plaatsvinden over een periode van tien jaar, dus niet alles zal tegelijk gesloten zijn.
Wel is het goed om te beseffen dat je entreegeld – hoewel het bijdraagt aan de instandhouding – niet voldoende is om het voortbestaan te garanderen. Wie het kasteel daadwerkelijk wil steunen, kan overwegen een donatie te doen via de officiële campagne of lid te worden van een van de vriendenverenigingen.
De locatie is relatief eenvoudig te bereiken vanuit Parijs, ongeveer 50 kilometer naar het noorden. Met de trein vanaf Gare du Nord ben je er in ongeveer een half uur, gevolgd door een korte busrit of wandeling. Voor wie Versailles al heeft afgevinkt en op zoek is naar een rustiger alternatief met minstens even indrukwekkende kunst, is Chantilly zeker een aanrader.
Crowdfunding als nieuwe norm?
De campagne van Château de Chantilly past in een bredere trend waarbij culturele instellingen steeds vaker een beroep doen op publieke steun. Het Louvre deed dat eerder ook al, ondanks dat het een van de best bezochte musea ter wereld is.
Enerzijds is het begrijpelijk: cultureel erfgoed onderhouden is duur, en budgetten zijn beperkt. Anderzijds creëert het een scheef speelveld waarbij populaire, bekende monumenten gemakkelijker geld ophalen dan minder glamoureuze maar even belangrijke sites.
Bovendien verschuift de verantwoordelijkheid van overheid en beheerders naar individuele burgers. Is dat een gezonde ontwikkeling? Of is het een symptoom van te weinig publieke investeringen in cultuur en erfgoed?
Blijf op de hoogte
De renovaties van Château de Chantilly zullen de komende jaren geleidelijk vorm krijgen. Voor liefhebbers van Franse kunst en architectuur blijft het een bezoek waard – en wie wil bijdragen aan het behoud, kan dat nu doen via de officiële campagne.
Of dit een duurzame oplossing is voor de langetermijnfinanciering, zal de tijd moeten uitwijzen. Tot die tijd blijft het kasteel een indrukwekkend monument – zij het een met opvallend lege zakken.





